A  A 
Share
Groevebier

Het Groevebier in de Wezemaalse cafés
Café Wisemaele is een dorpscafé gelegen in het centrum van Wezemaal. Het café is erg in trek bij toeristen en bierliefhebbers. Zij hebben 70 soorten bier in huis maar van de wandelaars op de Wijngaardberg kregen de uitbaters dikwijls de vraag naar een regionaal bier. Dat bracht hen op het idee om een streekbier te laten brouwen. Het zou “Duivelsputbier” noemen naar de naam van de oude steengroeve boven op de Wijngaardberg. Door omstandigheden mocht deze naam niet gebruikt worden, dus werd het “Groevebier” . Het werd een smakelijk degustatiebier, ideaal om te drinken na een wandeling op de Wijngaardberg en langs de Duivelsput. Het drinken ervan krijgt een extra dimensie als je het “Straf verhaal van het Duivelsputbier” kent.
Het “Groevebier” kan enkel gedronken worden in café “Wisemaele” en taverne “In de Ster bij Boeres” beiden gezellige cafés in Wezemaal.

Smaakbeschrijving
Groevebier is een bier dat perfect in balans is, goed doorsmaakt en waarvan je het alcoholgehalte niet merkt. Het bier heeft een kleur tussen amber en lait russe. De geur is uitgesproken hoppig met een toets van fruit en een zuurtje. De smaak is mondvullend, tegelijk fruitig, bitter en ook fris. Het bier heeft een vrij lange afdronk met een fruitige bittertoets.
Voor de uitwerking van het recept van dit bier hebben we gebruik mogen maken van de ervaring van personen die deel uitmaken van de Wezemaalse Wijngilde. Daarnaast hebben we advies gekregen van lokale bierbrouwers. Zo zijn we tot de typische smaak gekomen.

Het straf verhaal van het Duivelsputbier
Voor al wie het wil geloven ... en wie het niet gelooft, die moet het zelf maar weten!
Waar ik nu van spreek is heel lang geleden gebeurd ergens in het duistere verleden van Wezemaal.
De toenmalige heer van Wezemaal, die op het kasteel woonde, was er één waar de meeste mensen niet graag mee te maken hadden. Ge kent dat soort wel, lang en mager, sluik grauw haar, en rare, lichtgroene ogen. Als ge die op straat tegen kwam en hij bekeek u, dan liepen de grizzelinkskes over uw rug.

Als Heer van Wezemaal bezat hij natuurlijk veel landerijen en ook de Wijngaardberg was zijn eigendom. Nu wilde het toeval dat juist die heer zijn kasteel nog mooier wilde maken dan het al was en voor die verbouwing had hij steen nodig. Op één of andere duistere en geheimzinnige manier was hij erachter gekomen dat er in de ondergrond van de Wijngaardberg goeie stevige steen zat.

Op een winteravond rond Allerheiligen zagen de mensen van ’t dorp, boven op de berg, dwaallichten. ’s Anderendaags was er op die plek een put gegraven. Na een tijdje begrepen die van ’t dorp dat het de heer van ’t kasteel was die op die plaats steen liet opgraven. Maar waarom daar? Waarom niet in de oude groeve aan de zuidkant? De mensen begrepen er niks van, maar durfden niet meer tot boven op de Wijngaardberg te gaan.

In ieder dorp woont er zo ene die alles durft en alles kan. Gerard van Sollekes was zo ne jonge kerel. Hij was sterk als een os en daarbij nog niet van de stomsten! Als hij kwam helpen bij ’t rechtzetten van een huis dan was dat in één twee drie gebeurd, dank zij zijn kracht en zijn goede raad. En als de smid een onhandelbaar paard moest beslaan, dan kon Gerard dat beest in bedwang houden. Waar een ander schrik van had, daar ging Gerard juist op af. Het toeval wil dat Gerard juist zijn schuurke aan t‘ verbouwen was. Zou daarboven niet wat afvalsteen liggen die hij zou kunnen gebruiken? Hij zou daar eens een kijkje gaan nemen!
Maar overdag liep dat daar vol soldeniers van ’t kasteel. Dus ging hij ’s nachts.
Op nen avond dat de maan als een klein sikkeltje tussen de wolken hangt trekt hij naar boven langs de weg naar de molen. Zonder al te veel lawaai te maken komt hij dichter en dichter bij de put. Nu staan daar geen wachters! Gerard ziet dat de grond bezaaid ligt met kleine afvalsteen. Als ik met die steen de westkant van mijn schuurke kan verstevigen, dan zal dat beter tegen het weer kunnen, denkt hij. En hij begint stenen te verzamelen in de zak die over zij schouder hangt. Hij daalt altijd maar dieper in de put af, en op ’t moment dat hij zich wat geruster begint te voelen hoort hij achter zijn rug ne knetsende slag ... alsof een zwaar boerenpaard op de kassei stampt. Geschrokken draait hij zich om en voor hem staat een vreemdeling, helemaal in het zwart gekleed en ’t is precies of die zijn ogen licht geven. De vreemdeling groet Gerard heel vriendelijk, en vraagt wat hij zoekt. Gerard begint er zowaar van te doddelen, maar van ’t verschieten zegt hij vlakaf “dat...dat...dat hij naar stenen zoekt voor zijn schuurke”. “Dedomme”, denkt hij in zijn eigen, dat had ik nu juist niet moeten zeggen. “Ha” zegt de heer “Gij weet toch dat dit eigendom is van ’t kasteel. Maar ‘t is niks, gij moogt hier van mij stenen komen rapen. Maar alleen in de nachten dat er niet te veel maanlicht is. Maar ik wil er wel iets voor in de plaats. Gij ziet er mij ne sterke kerel uit, ik wil een stukske van uw kracht”.
“Och”, denkt Gerard, “die heb ik toch genoeg, en wie kan er nu iemand zijn kracht afnemen?” en hij gaat akkoord.
s’ Anderendaags wordt Gerard wakker en bij ’t opstaan voelt hij zich wat stijfjes. Maar die dag metselt hij de stenen, die hij die nacht geraapt had, in zijn schuur.
En zo komen er nog verschillende nachten dat Gerard gaat stenen rapen.
Maar na een maand of drie begint hij zich echt zwak te voelen. ’s Morgens als hij opstaat dan kraakt zijne rug en hij kan zijn armen al niet meer boven zijn hoofd heffen. Als hij een trap moet opgaan dan gaan er scheuten door zijn knieën alsof er met scherpe pinnen in gestoken word.

Gerard is er niet gerust in en hij denkt hoe langer hoe meer aan de ontmoeting met die zwarte vreemdeling. En hoe meer hij er over nadenkt hoe zekerder hij er van wordt dat er iets niet in de haak is. Daarom trekt hij ’s anderendaags naar de pastoor, kwestie van de zaak eens met ne geleerde mens te bespreken.
“Gerard” zegt de pastoor, nadat hij zeker tien minuten heeft zitten nadenken “Me dunkt dat hier duistere krachten in het spel zijn. Volgens mij heeft die van het kasteel de hulp van den Boze ingeroepen om steen te vinden voor zijn verbouwing. Hier moeten grove middelen ingezet worden of gij zijt de sigaar. Volgens mij laat den Duivel u betalen voor de dienst die die van ’t kasteel aan hem gevraagd heeft!”. “Jamaar” sputtert Gerard “dat is niet eerlijk!”. “En dat ge gelijk hebt” antwoord de pastoor “maar wie kan er eerlijkheid van den Duivel verwachten. Maar ik denk dat wij er goed aan doen om samen eens met Moeder Overste van ’t Vrouwenpark te gaan spreken. Zij weet veel over ziekten die door den Boze worden opgewekt. Als er één is die u kan helpen is zij het wel!

Zo gezegd zo gedaan. S’ Anderendaags zien we de pastoor en Gerard optrekken in de richting van het Vrouwenpark. Ze worden in de spreekkamer van Moeder Overste binnengelaten en hier voelt Gerard zich toch maar een klein manneken. Hij kijkt eens stillekens opzij naar de Pastoor maar die zit daar zo gerust alsof dat die thuis in zijn eigen zetel zit. En dan komt Moeder Overste binnen en ’t is alsof Gerard zich al beter voelt, alleen door haar te zien. Het verhaal wordt uit de doeken gedaan en er valt een stilte. Moeder Overste doet haar ogen toe en zet de vingertoppen tegen elkaar. En zo blijft ze een hele tijd zitten. Op ’t moment dat Gerard denkt dat er vandaag niks meer van zal komen, zucht Moeder Overste eens diep en zegt “Ik denk dat ge gelijk hebt, hier zit den Duivel achter en ’t is niet eerlijk dat gij, Gerard, daar moet voor opdraaien”. Ze zet zich recht en met ruisende rokken gaat ze weg. Als ze terugkomt heeft ze een fles bij en een buideltje met een lange leren lus aan. “Hang dit buideltje rond je hals” zegt ze tegen Gerard “er zit een geheime mengeling van kruiden en granen in. Hetzelfde zit ook in de vloeistof in deze fles. Drink hier alle dagen een slok van en op de dag van nieuwe maan drinkt ge ’s morgens twee slokken. ’s Avonds gaat ge terug naar den berg om stenen te rapen en ge gaat tot beneden in de put. Als de Zwarte komt, neemt ge het buideltje en werpt dat naar hem.

Op de avond van nieuwe maan doet Gerard zoals Moeder Overste het hem bevolen heeft. Als hij in ’t diepste putteke van de put is afgedaald staat plots de Zwarte daar weer. Hij vraagt “hoe het met hem gaat”. Gerard antwoord niet maar pakt op zijn gemakske het buideltje van rond zijn hals en smijt het ineens naar de vreemdeling. En ’t is precies alsof dat die door een nest wespen wordt aangevallen! Hij staat te springen en te dansen en roept vanalles in een taal die Gerard nog nooit gehoord heeft. En plots zakt die zwarte in elkaar... en als Gerard eindelijk wat korter bij durft komen ziet hij dat alleen de kleren van die vreemdeling er nog liggen!

’s Anderendaags staat Gerard op en ... ’t is een wonder ... hij voelt niks meer. Hij kan zich uitrekken zonder pijn, hij heeft geen steken meer in zijn knieën, hij voelt zich als herboren! Van puur kontentement loopt hij tien keer rond zijn huis en nog voor dat hij nen boterham gaat eten, metselt hij de laatste stenen in zijn schuurke.

Na het ontbijt trekt hij direct naar de Pastoor en naar Moeder Overste van t’ Vrouwenpark om hen te gaan bedanken!

Op zijn terugweg hoort hij in de geburen van het kasteel een groot lawaai. Hij gaat eens kijken en vraagt aan één van de meiden die daar in al die drukte buiten rondloopt wat er gaande is? “Ocharme” roept de meid “hier staat er nog ene die van niks weet!. Deze nacht is Mijnheer van ‘t kasteel gestorven, maar ’t is geen vreedzame dood geweest! Rond middernacht hoorde zijn knecht hem heel hard kermen. Hij wou naar binnen gaan maar kreeg de deur niet open. Ze hebben er de pastoor bij gehaald maar die kreeg de deur ook niet open en binnen hoorde wij Mijnheer ondertussen ik weet niet hoe hard brullen. Toen een paar sterke mannen dan eindelijk de deur hebben opengebroken, vonden we Mijnheer daar, op de grond, dood! Maar hoe lag hij daar! Geen enkel beentje in zijn heel lijf was nog heel of recht! ‘t Was precies alsof ze hem met ne zware hamer hadden kapotgeslagen, maar dan zonder dat er aan de buitenkant iets te zien was. Toverij, dat was het! ”
En Gerard... die muisde er stillekens van onder en dacht er het zijne van.

Maar sinds die voorval wordt de put boven op de Wijngaardberg de “Duivelsput” genoemd. De meesten van Wezemaal zijn dit voorval vergeten en tegenwoordig geloven de mensen niet meer in zo’n dingen. Maar t’ is mij door ons Peet verteld toen ik tot de jaren van verstand gekomen was, en ons Peet dat was een eerlijk mens.

Maar toch moeten er nog mensen zijn die hier iets van af weten, of die geweten hebben wat er in het buideltje van Gerard stak, want als ge zo een Duivelsputbierke drinkt dan is het precies alsof dat het gemakkelijker is om rond te lopen, daarboven op de Wijngaardberg, aan de Duivelsput.

In eer en geweten opgeschreven om te bewaren voor het nageslacht door Maria Lauwers.


De Duivelsput in Wezemaal

<b/><u></u></b>
Arrangement voor groepen

Wie boven op de Wijngaardberg in het majestueuze beukenbos rondwandelt treft er een diepe put aan waarin gewoonlijk wat water staat. Deze plek staat in Wezemaal bekend als de “Duivelsput”. De Duivelsput is een verlaten ijzerzandsteengroeve. Maar stroken de geheimzinnige verhalen die er over verteld worden wel met de waarheid? De Duivelsput is zo intrigerend dat er zelfs een nieuw, exclusief Wezemaals bier, naar vernoemd werd: het “Groevebier”.

Kom proeven en genieten van deze korte maar prachtige natuurwandeling naar de Duivelsput en van het lekkere Groevebier.

Programma

  • Samenkomst en rondleiding in het “Bezoekerscentrum van de Hagelandse wijn” Wezemaal.
  • Wandeling onder begeleiding van een gediplomeerde gids/verteller naar de Duivelsput.
  • Proeven van het “Groevebier” na de wandeling in café Wisemaele (bij bestelling van één Groevebier, tweede groevebier gratis)

Praktisch

  • De wandeling loopt over een heuvelachtig parcours en is niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
  • Duur rondleiding en wandeling : 1u30
  • Groep: max. 20 personen
  • Prijs: € 50 ( excl. Groevebier)

Het arrangement kan ook geboekt worden buiten de openingsuren van het bezoekerscentrum en kan, mits afspraak, aan de wensen van de groep worden aangepast.

Reservering
Bezoekerscentrum van de Hagelandse wijn
Kerkstraat 16, 3111 Wezemaal - Tel 016 - 61 64 40
E-mail: - www.rotselaar.be/toerisme

Openingsuren bezoekerscentrum
Zomerperiode van de paasvakantie tot en met de eerste week van november:
Dinsdag tot vrijdag: 13-17u zaterdag en zondag: 14-18u
Winterperiode: zondag 13-17u


 
Administratief centrum
Provinciebaan 20
3110 Rotselaar

Tel.: 016 61 63 11
Gratis: 0800 94 154
Fax: 016 61 63 93
E-mail: info at rotselaar.be