A  A 
Share
Rotselaar geografisch

Rotselaar aan een geografisch drielandenpunt

Dijle

De Dijle in Rotselaar


De gemeente Rotselaar ligt aan de samenvloeiing van Demer en Dijle en  kan men dus onmiddellijk terugvinden op de geografische kaart van België.  Daarenboven ligt Rotselaar aan een knooppunt van drie geografische streken. Grosso modo kan men stellen dat het langgerekte Werchter ten noorden van de Demer tot de Zuiderkempen behoort. Wezemaal en Rotselaar- Heikant behoren tot het Hageland en Rotselaar -Centrum, ten westen van de Dijle, maakt deel uit van Binnen-Vlaanderen of ook gemeenzaam Dijleland genoemd. De landschappen in Rotselaar zijn dus zeer divers en voor wandelaars, fietsers en recreanten is het aangenaam vertoeven in dit gevarieerde landschap.
Samenvloeiingsgebied van verschillende rivieren
De fusiegemeente Rotselaar ligt dus in het samenvloeiingsgebied van de Dijle en de Demer, die op zijn beurt reeds de waters van de Winge en Losting opvangt. Daarenboven  vormt de Laak in het noorden de grens tussen Werchter en Tremelo. Deze waterlopen hebben hun loop in de soms brede alluviale depressies. Tussen de lemige en kleiige valleien bevinden zich cultuureilanden die iets hoger gelegen zijn en meestal bestaan uit zandlemige, lemig-zandige en zandige bodems.

Op de bodemkaart ziet men dat de Dijlevallei meestal bestaat uit lemige klei, terwijl het in de Demervallei om zandige klei gaat. De waterzieke, kleiige komgronden liggen bijna uitsluitend aan de zuidrand van de Demervallei. Hopeloos voor de akkerbouw maar nog bruikbaar als weiland. Sinds de overstromingen in 1966 en 1967 werd dit gebied door de boeren aan hun lot overgelaten en er werden massaal canadapopulieren aangeplant.


De meanders van de Demer

Zeer kenmerkend voor de Demervallei en zeker in de fusiegemeente Rotselaar zijn de talrijke, nu van de oorspronkelijke Demer afgesneden meanders,  waarvan het aantal toeneemt bij het naderen van de monding met de Dijle. Deze vele meanders werden echter in de loop der eeuwen stelselmatig rechtgetrokken. De rechttrekkingen kwamen er om overstromingen te voorkomen en om de scheepsvaart te bevorderen. Nu is de Demer een licht kronkelende rivier, geprangd in een keurslijf van hoge dijken. Dat was ooit anders. Vooral tussen Aarschot en Werchter, vlak voor haar monding in de Dijle, was de Demer vroeger zeer bochtig en grillig.  Eigenlijk is dit niet zo verwonderlijk: de Demer stroomt immers van oost naar west met een matig verval. In Werchter botst ze haaks tegen de Dijle die met een veel sterker verval en grotere snelheid haar stroom van zuid naar noord heeft. De oevers van de Dijle bestaan daarenboven uit oeverwallen, lemen sedimentophogingen, die na elke overstroming hoger werden. De Demer, die geen leem maar zeer fijne klei meevoert, botst als het ware tegen deze hoge oeverwallen en gaat daardoor fel kronkelen.

Scheepvaart
De Demer heeft tot in Werchter het statuut van bevaarbare rivier en in het begin van de 20ste eeuw was er zelfs nog scheepsverkeer op de Demer. Het waren vooral trekschuiten, van op de oevers getrokken door paarden en in goede banen geleid door scheepstrekkers. In Werchter was er zelfs een gilde van scheepstrekkers. Tot in het midden van de 17de eeuw was de Demer één van de belangrijkste verbindingswegen tussen het Hageland en het Land van Loon. Via de Gete gaf ze ook aansluiting met steden als Tienen en Zoutleeuw. Aarschot en Diest hadden ook een behoorlijk deel van hun middeleeuwse bloei te danken aan de Demer. Karel V had zelfs plannen om via de Demer een Schelde-Maasverbinding tot stand te brengen, maar budgettaire en politieke moeilijkheden maakten dat ze nooit gerealiseerd werden. De Demer verloor steeds meer aan economisch belang, vooral na de aanleg van  het kanaal Leuven-Mechelen. Door de aanleg van het Albertkanaal in 1930-1939 werden de plannen om een Schelde -Maasverbinding via de Demer te realiseren definitief opgeborgen. De talloze meanders waren weinig interessant voor de scheepsvaart. Rechttrekking van de Demermeanders zou de vaartijd aanzienlijk verminderen.
Dijle / Zwart-Wit versie

Werchter aan de samenvloeiing van Demer en Dijle:
bij de watersnood in 1998 hielden de dijken stand.

Overstromingen
Ook de steeds weerkerende overstromingen zouden aan de basis liggen van een politiek van rechttrekking die men vanaf de 16de eeuw zou voeren. Tijdens de Middeleeuwen waren overstromingen in de Demervallei eerder zeldzaam, maar op het einde van de 15de eeuw kwam hier verandering in. Eén van de oorzaken was aanslibbing, waardoor de bedding hoger kwam te liggen en zich na een overstroming soms zelfs verlegde. Vooral tijdens de opstand van Maximiliaan van Oostenrijk (1488-1492), toen de Demerdijken slecht onderhouden werden, kwamen overstromingen steeds veelvuldiger voor. In 1491 kwamen de notabelen uit de streek samen om zich over de toestand te beraden. Op aandringen van Willem van Croij, heer van Aarschot, werd een jaar later een aantal maatregelen getroffen die het overstromingsgevaar moest indijken, letterlijk dan. Dijken werden opgehoogd en sluizen geplaatst bij de monding van de zijrivieren.
Natuurpareltjes
Een andere maatregel was het afsnijden van de Demerbochten. In de 18de eeuw zouden meer dan twintig meanders van de Demer gescheiden worden. Ook in de 19de en 20ste eeuw is men meanders blijven afsnijden. De laatste rechttrekking dateert van 1979 en werd gelijktijdig gerealiseerd met de ophoging en versteviging van de dijken. Die ophoging kwam er nadat Werchter in de zestiger jaren , twee winters na elkaar overstroomde.  Gans het dorp stond blank, op de kerk en de dorspskom na.

De meanders, afgesneden van de Demer, die u langs het traject tussen Aarschot en Werchter zult zien, kunnen recente dan wel eeuwenoude meanders zijn. De oudere zijn bijna volledig verland en begroeid met bomen en struiken. Zeker is dat deze kleine lusvormige vijvertjes echte natuurpareltjes zijn. Door hun wisselende waterstand -in de winter boordevol water, in de zomer vrijwel droog- herbergen deze meanders een diversiteit aan bloemen en planten. De voornaamste vochtminnende water- of moerasplanten treft men er aan. Het zijn tevens ideale verblijfsplaatsen voor allerlei amfibieën, waaronder de groene en bruine kikker, de pad en de salamander.

De vier Hagelandse heuvels: Heikantberg, Middelberg, Wijngaardberg en Beninksberg

Uitzicht Wijngaardberg Ijzerzandsteen

Zicht op Wezemaal van op de Wijngaardberg

IJzerzandsteen

Rotselaar ligt als het ware aan de poort van het Hageland. Zeer kenmerkend voor het Hageland  zijn de Hagelandse heuvels. Op de rugggen van de heuvels dagzoomt de roestbruine  ijzerzandsteen. De Hagelandse heuvels noemt men ook getuigenheuvels.  Getuigenheuvels vinden hun oorsprong in het Laat-Mioceen. Tijdens deze periode steeg de zeespiegel en kwam heel Vlaanderen onder water te liggen. De zee kwam tot in de omgeving van Diest. Voor de kust van de 'Diestianzee' lagen de zandbanken. Het bijzondere aan deze zandbanken  is dat het zand ervan sterk glauconiethoudend is. Glauconiet bevat relatief veel ijzer. Toen de zee zich na het Mioceen definitief terugtrok naar het noorden, werden de afgezette zanden blootgesteld aan verwering. Het glauconiet oxideerde tot limoniet en de 'roest' die aldus ontstond deed het zand tot ijzerzandsteen aaneenklitten.

De ijzerzandstenen boden veel meer weerstand aan de latere erosie. De Hagelandse heuvels werden nooit weggeërodeerd. Op plaatsen zonder ijzerzandsteen werden die zachtere lagen wel weggespoeld. Zo werd het  typisch Hagelands heuvellandschap gecreëerd. Op de zuidflanken van de Hagelandse heuvels heerst er een micro-klimaat zodat wijnteelt op deze heuvels mogelijk is.

De Plas van Rotselaar

Plas zonsondergang

De Plas bij zonsondergang

 
Een zeer bepalend landschapselement is de Plas van Rotselaar. Dit kunstmatig meer werd uitgebaggerd aan het eind van de jaren ’70. Het zand diende voor de ophoging van de E314 in Wilsele. De plas en de omgeving ervan is ondertussen uitgegroeid tot een mooi natuurgebied.
De ligging van Rotselaar aan een geografisch drielandenpunt, het samenvloeiingsgebied van verschillende rivieren, de vier Hagelandse heuvels, de talloze meanders van de Demer en daarenboven centraal in de gemeente de Plas van Rotselaar,  hebben een bepalend impact op het landschap van de gemeente. Ze maken Rotselaar bijzonder attractief voor recreanten die van deze diverse landschappen volop kunnen genieten.

 
Administratief centrum
Provinciebaan 20
3110 Rotselaar

Tel.: 016 61 63 11
Gratis: 0800 94 154
Fax: 016 61 63 93
E-mail: info at rotselaar.be